Gen Z een geldwolf? Dit is de rekening achter hun salariseisen

30 september 2026 Leestijd: 7 minuten
SUSA Fotografie 02268 Groot

Voor 62% van de studenten is een bijbaan nodig om financieel rond te komen. Salaris weegt daardoor zwaar in hun keuze voor werk. Toch worden studenten en jonge werknemers regelmatig weggezet als veeleisend wanneer zij kritisch naar hun beloning kijken. Maar zonder zicht op hun maandelijkse lasten zegt zo’n salariseis maar weinig.

Gen Z studeert en start haar loopbaan in een financiële werkelijkheid waarin wonen, studeren en dagelijkse kosten stevig op het budget drukken. Wie wil begrijpen waarom salaris voor deze generatie zo belangrijk is, moet daarom eerst naar de rekening erachter kijken. Zijn jongeren werkelijk zo gefocust op geld, of is hun nadruk op salaris vooral een reactie op wat dat salaris tegenwoordig moet bekostigen?

Salaris weegt zwaar binnen een beperkte werkweek

Uit ons Studentenonderzoek (2026) blijkt dat salaris voor vrijwel alle studenten belangrijk (54%) of zelfs doorslaggevend (40%) is bij de keuze voor een bijbaan. Door colleges, zelfstudie, tentamens en stages is meer dan zestien uur werken voor veel studenten lastig te combineren met hun studie.

Binnen die beperkte werkweek bepaalt het uurloon voor een belangrijk deel hoeveel een bijbaan financieel kan bijdragen. Zeker voor studenten die hun inkomen nodig hebben om rond te komen (62%), heeft het uurloon direct invloed op wat zij maandelijks te besteden hebben. Het is dan ook begrijpelijk dat studenten salaris zwaar meewegen wanneer zij verschillende bijbanen vergelijken.

Wat staat er op de studentenrekening?

Om beter te begrijpen waarom inkomen zo zwaar weegt, helpt het om te kijken waar het geld van studenten vandaan komt en waar het iedere maand naartoe gaat. De verschillen tussen thuis- en uitwonende studenten zijn daarbij groot. Vooral wonen maakt de rekening voor uitwonende studenten aanzienlijk zwaarder.

Thuiswonend

Uitwonend

INKOMEN

Inkomen uit werk/stage

€ 610

€ 595

Basisbeurs

€ 105

€ 210

Aanvullende beurs

€ 70

€ 50

Zorgtoeslag

€ 105

€ 90

Huurtoeslag

-

€ 70

Bijdrage ouders

€ 260

€ 475

DUO-leningen

€ 45

€ 155

Overige leningen/college krediet

€ 5

€ 30

Bijdrage medebewoner/partner

-

€ 30

UITGAVEN

Zorgverzekering

€ 145

€ 140

Belasting en premies

€ 45

€ 45

Collegegeld

€ 175

€ 180

Overige studiekosten

€ 55

€ 60

Woonlasten na huurtoeslag 

-

€ 565

Overige lasten

€ 590

€ 640

Resterend budget

± € 180

± € 30

De bedragen zijn gemiddelden over de totale groep hbo- en wo-studenten. Niet iedere student ontvangt iedere inkomstenpost of betaalt iedere uitgave zelf. Bij het berekenen van het gemiddelde tellen ook studenten mee die voor een bepaalde post €0 ontvangen of uitgeven. De volledige uitsplitsing per inkomsten- en uitgavenpost heeft betrekking op collegejaar 2023/24 (ABF Research, 2024); in 2024/25 zijn deze onderdelen niet opnieuw volledig uitgevraagd. Bedragen zijn afgerond.

De gemiddelden vragen wel om enige uitleg. Zo betekent de €45 aan DUO-lening bij thuiswonende studenten niet dat studenten die lenen gemiddeld €45 opnemen. Het bedrag is berekend over álle thuiswonende studenten: studenten zonder lening tellen mee met €0, terwijl studenten die wel lenen een veel hoger bedrag kunnen opnemen. Hetzelfde principe geldt voor bijvoorbeeld ouderlijke bijdragen en toeslagen. De rekening laat daarmee zien hoeveel iedere post gemiddeld bijdraagt aan het totale studentenbudget.

Sinds deze volledige rekening zijn de prijzen verder gestegen. In 2025 lagen de consumentenprijzen gemiddeld 3,3% hoger dan in 2024 (CBS, 2026a). In juni 2026 waren consumentengoederen en -diensten opnieuw 2,9% duurder dan een jaar eerder (CBS, 2026b). Dat betekent niet dat iedere studentenuitgave even hard is gestegen, maar wel dat een deel van de bedragen uit de rekening inmiddels waarschijnlijk hoger ligt.

Hoe ver kom je met studiefinanciering?

De studentenrekening laat zien dat studiefinanciering een deel van de maandelijkse kosten opvangt. In 2026 bedraagt de basisbeurs voor hbo- en wo-studenten €130,21 per maand voor thuiswonenden en €324,52 voor uitwonenden (DUO, 2026). Een aanvullende beurs kan daar bovenop komen, maar de hoogte daarvan hangt onder meer af van het inkomen van de ouders.

Wie daarna nog tekortkomt, kan bij DUO lenen. De reguliere lening bedraagt in 2026 maximaal €315,17 per maand en voor het collegegeld kan apart collegegeldkrediet worden aangevraagd (DUO, 2026). Daarmee kan een student de maandbegroting verder aanvullen, maar dat geld moet later met rente worden terugbetaald.

Andere inkomstenbronnen zijn bovendien niet voor iedereen vanzelfsprekend. De ene student heeft recht op een aanvullende beurs, de ander krijgt ondersteuning van ouders en weer een ander zal meer moeten lenen. Werk is de inkomstenbron waarop studenten zelf het meest direct invloed kunnen uitoefenen. Dat helpt verklaren waarom 62% van de studenten in ons onderzoek aangeeft een bijbaan nodig te hebben om financieel rond te komen.

Voor werkgevers maakt dat het uurloon extra relevant. Studenten vergelijken bijbanen binnen een beperkt aantal uren dat zij naast hun studie beschikbaar hebben. Een aantrekkelijk uurloon levert hen iedere maand meer financiële ruimte op en kan tegelijkertijd voorkomen dat zij voor hetzelfde budget meer moeten werken of lenen.

Lenen geeft ruimte, maar brengt ook zorgen mee

Wie tijdens de studie geld tekortkomt, kan daarvoor lenen bij DUO. Dat biedt op korte termijn extra financiële ruimte, maar studenten zijn zich steeds bewuster van de gevolgen. In het Nibud Studentenonderzoek (2024) maakt 58% zich zorgen over wat een studieschuld later betekent voor financiële beslissingen. 44% maakt zich zorgen over de hoogte van de schuld en 40% over het terugbetalen ervan.

De zorgen zijn begrijpelijk. Afgestudeerden met een studieschuld hadden begin 2025 gemiddeld €18.800 schuld (CBS, 2025). Daarnaast telt die schuld mee bij het bepalen van de maximale hypotheek (Rijksoverheid, 2026).

Die financiële druk is bovendien nu al voelbaar. In de landelijke studentenmonitor naar mentale gezondheid uit 2025 gaf 36% van de studenten die in de voorafgaande vier weken stress hadden ervaren aan veel of heel veel stress te hebben door de kosten van het dagelijks leven. Daarmee waren die kosten de belangrijkste maatschappelijke stressbron onder studenten (RIVM, 2025).

Ook de woonsituatie laat zien dat studenten voorzichtig omgaan met hun financiële ruimte. Steeds meer studenten blijven hun hele studie bij hun ouders wonen en in de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2025 noemt 43% van de thuiswonende studenten betaalbaarheid als reden om nog thuis te wonen (ABF Research, 2025).

Vraagt Gen Z werkelijk vaker om opslag?

Gen Z wordt regelmatig neergezet als een generatie die snel meer salaris, promotie of een nieuwe functietitel verwacht. Voor de stelling dat deze generatie daadwerkelijk vaker om salarisverhoging vraagt dan eerdere generaties, is vooralsnog geen overtuigend Nederlands bewijs.

Ook ander onderzoek past niet goed bij het beeld van een generatie die zo snel mogelijk hogerop wil. In de Gen Z and Millennial Survey van Deloitte (2026) geeft slechts 25% van Gen Z wereldwijd de voorkeur aan snelle carrièreontwikkeling en snelle promoties. De meeste respondenten kiezen voor een geleidelijker carrièrepad of staan open voor zijwaartse stappen om nieuwe kennis en ervaring op te doen.

Onder Nederlandse Gen Z’ers staat financiële onafhankelijkheid wel bovenaan de carrièredoelen (21%), vrijwel gelijk aan een goede werk-privébalans (20%) (Deloitte, 2026). Dat sluit aan bij het beeld dat we tot nu toe zien: geld speelt een belangrijke rol, maar de behoefte aan een goed salaris staat binnen een bredere afweging over werk en toekomst.

Geld telt zwaar, maar studenten kijken verder

Dat zien we ook terug in ons eigen Studentenonderzoek (2026). Hoewel salaris voor 94% belangrijk of doorslaggevend is bij de keuze voor een bijbaan, kijken studenten verder dan hun loonstrook. 61% vindt het belangrijk dat een bijbaan bijdraagt aan persoonlijke of professionele ontwikkeling en 52% ziet de bijbaan als investering in de toekomstige loopbaan. Daarnaast werkt 69% het liefst langer dan een jaar bij dezelfde organisatie.

Een aantrekkelijk uurloon is dus een belangrijk onderdeel van een goede studentenbaan, maar uiteindelijk moet het totaalplaatje kloppen. Studenten willen hun maandelijkse kosten kunnen betalen, ervaring opdoen en werk kunnen combineren met hun studie. Ook zaken als flexibiliteit, bereikbaarheid, collega’s en betrouwbaarheid wegen mee in de keuze voor een werkgever.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers betekent dit vooral dat salaris een serieus onderdeel moet zijn van het aanbod aan studenten. Kijk hoe je uurloon zich verhoudt tot vergelijkbare functies en wees daar vanaf de vacature helder over. Noem ook toeslagen, vakantiegeld en reiskosten, zodat studenten goed kunnen inschatten wat een bijbaan hen daadwerkelijk oplevert.

De beloning moet daarnaast passen bij het werk dat iemand doet. Een studentenstatus is geen reden om werkzaamheden standaard zo laag mogelijk te belonen. Werken studenten via een uitzendcontract, dan hebben ze sinds de ingang van de ABU-cao 2026 bovendien recht op gelijkwaardige beloning.

Uiteindelijk vergelijken studenten het complete aanbod. Salaris weegt zwaar, maar ook flexibiliteit, reistijd, ontwikkeling, begeleiding en betrouwbaarheid bepalen waar zij willen werken. Een aantrekkelijk studentenaanbod begint daarom bij een passende beloning en klopt vervolgens ook op de rest.

Dus, is Gen Z een geldwolf?

Niet bepaald. Dat salaris zwaar weegt, zegt vooral iets over de financiële realiteit waarin studenten leven en werken. Hun bijbaan is voor velen een serieuze inkomstenbron en het uurloon speelt daardoor vanzelfsprekend een grote rol in de keuze voor een werkgever.

Dat betekent natuurlijk niet dat iedere salariseis automatisch realistisch is. Maar heel Generatie Z wegzetten als geldwolf doet weinig recht aan wat er achter die vraag om salaris zit.

Een betere vraag is misschien: biedt jouw organisatie een beloning die past bij het werk én aantrekkelijk genoeg is om jong talent voor je te winnen?

Hoe aantrekkelijk is jouw aanbod voor jong talent?

Een goed salaris is belangrijk, maar vormt één onderdeel van een aantrekkelijke studentenbaan. Ook uren, flexibiliteit, ontwikkeling, begeleiding en betrouwbaarheid bepalen of studenten voor jouw organisatie kiezen en blijven.

Met ons Gen Z-consult helpen we organisaties om studentenfuncties, arbeidsvoorwaarden en werkgeverscommunicatie beter te laten aansluiten op jong talent.

Meer weten over de werkstudent van 2026?

In ons trendrapport Werkstudenten in Nederland lees je wat studenten motiveert, wanneer en hoeveel zij willen werken, wat zij belangrijk vinden in een bijbaan en welke ontwikkelingen hun keuzes beïnvloeden. Je krijgt daarnaast praktische inzichten om jong talent slimmer aan te trekken, in te zetten en te behouden.

Download het trendrapport en ontdek hoe je jong talent slimmer aantrekt, inzet en behoudt.

Hedy Rengelink
Hedy Rengelink
Meer weten over SUSA?

Hedy Rengelink

Business Consultant

SUSA

 

Neem contact op:

Bronnen