Een online wereld die zich aanpast
Gen Alpha zoekt online niet allemaal dezelfde informatie op en krijgt ook niet allemaal dezelfde content te zien. Sociale media, streamingdiensten en zoekmachines leren van wat iemand bekijkt, aanklikt en overslaat. Wie één voetbalvideo bekijkt, krijgt er al snel tien achteraan. Wie blijft hangen bij skincare, gaming of een bepaalde kledingstijl, ziet daar steeds meer van terug. Het welbekende, en inmiddels misschien zelfs beruchte, algoritme.
Dat maakt de online wereld persoonlijk en eindeloos relevant, maar heeft ook een keerzijde. Wie langer bij één onderwerp blijft hangen, krijgt steeds meer van hetzelfde te zien. Andere perspectieven kunnen daardoor naar de achtergrond verdwijnen en schadelijke of extreme ideeën kunnen groter en normaler lijken dan ze werkelijk zijn.
Een bekend voorbeeld is de manosphere: een verzameling online communities waarin ideeën over mannelijkheid regelmatig samengaan met vrouwonvriendelijke denkbeelden. Dit is geen exclusief Gen Alpha-fenomeen, maar het raakt inmiddels wel de oudste leden van deze generatie. In een onderzoek met gesimuleerde TikTok-profielen, gebaseerd op verschillende typen tienerjongens, steeg het aandeel aanbevolen vrouwonvriendelijke content binnen vijf dagen van 13% naar 56%. De video’s werden daarbij steeds extremer, vaak verpakt als humor, datingadvies of zelfontwikkeling (Regehr et al., 2024). Het onderzoek laat niet zien dat iedere tiener hierdoor radicaliseert, maar wel hoe snel een feed smaller en eenzijdiger kan worden.
Voor Gen Alpha is scrollen ondertussen veel meer dan alleen entertainment. Jongeren gebruiken sociale media ook om producten te ontdekken, inspiratie op te doen en informatie te vinden. Uit onderzoek van GWI (2025) blijkt bijvoorbeeld dat onder 12- tot 15-jarigen het gebruik van sociale media voor productontdekking, stijlinspiratie en sportcontent is toegenomen.
Ook nieuws komt steeds vaker via sociale platforms binnen. Onder Britse 12- tot 15-jarigen die nieuws volgen, is TikTok inmiddels de meest gebruikte afzonderlijke nieuwsbron. Veel jongeren gaan daarbij niet actief op zoek naar nieuws, maar komen het tegen in hun feed (Ofcom, 2026).
Daarnaast schuift AI steeds verder naar voren bij het zoeken naar informatie. Bijna acht op de tien 8- tot 17-jarigen lezen soms AI-samenvattingen in zoekresultaten. Van de jongeren die deze samenvattingen lezen, denkt 46% dat de informatie altijd correct is (Ofcom, 2026).
Dat betekent niet dat Gen Alpha traditionele zoekmachines achter zich laat. Zoeken verspreidt zich simpelweg over steeds meer plekken. Ze stellen een vraag aan een chatbot, bekijken een uitlegvideo op YouTube, vinden inspiratie via TikTok en gebruiken een zoekmachine waarop AI het antwoord alvast samenvat.
Sociale media vormen voor Gen Alpha dus een bibliotheek, zoekmachine en entertainmentkanaal tegelijk. Alleen is het wel een bibliotheek waarin het algoritme bepaalt welke boeken steeds opnieuw prominent op tafel komen te liggen en welke andere perspectieven buiten beeld blijven.