Van vetpot tot schulden: studiefinanciering door de jaren heen

Zit jij al met een torenhoge studieschuld of kon je nog profiteren van de prestatiebeurs? De afgelopen decennia is er ontzettend veel veranderd in de wereld van de studiefinanciering en dat heeft soms voor de nodige ophef gezorgd. Hoe de studiebeurs begon en hoe deze langzaamaan veranderde in een lening, lees je in deze tijdlijn. En hoe de studiefinanciering er in de toekomst uit komt te zien? Dat bepaal jij met je stem op 17 maart!

1815: Het begin van de studiefinanciering

Ruim 200 jaar geleden ontstond de eerste vorm van een studiebeurs. Universiteiten mochten beurzen van 200 á 300 gulden per jaar uitdelen. Universiteiten mochten echter zelf kiezen naar welke studenten deze beurzen gingen, waardoor studeren een eliteding werd.

1924: Lenen wordt mogelijk

De studiebeurzen werden steeds lager, maar studenten konden daarnaast wel rentevrij gaan lenen. Steeds meer mensen vonden namelijk dat studeren een investering in jezelf is en geen verantwoordelijkheid van de overheid. Studeren bleef trouwens nog steeds vooral voor de rijken.

1956: Er komt een ingewikkelde studietoelage

Om studeren toegankelijker te maken, introduceerde de overheid in 1956 de studietoelage. Het bedrag dat een student kreeg was afhankelijk van o.a. het aantal kinderen in een gezin, de studieresultaten en het inkomen van de ouders. Dit geld ging overigens niet rechtstreeks naar de student, maar werd uitgekeerd in de vorm van een ‘kinderbijslag’. Ouders kregen een bedrag per kind en een studerend kind zorgde voor een hogere bijslag. Had je geen goede band met je ouders? Dan kon je dus wel fluiten naar je studiegeld.

1986: De Wet Studiefinanciering (WSF) wordt ingevoerd

In de jaren ’80 hadden studenten, recalcitrant als ze waren in die tijd, behoefte aan meer autonomie. Door de kinderbijslag hadden ouders namelijk nog veel invloed op de keuzes van hun studerende kinderen. Onder kabinet Lubbers I werd de WSF aangenomen, waardoor studenten voortaan hetzelfde bedrag ontving op hun eigen rekening. Deze beurs bestond uit 600 gulden (€473,90) per maand. De WSF was overigens niet alleen maar lang leve de lol. Als je langer dan zes jaar over je studie deed, werd je collegegeld namelijk met 40 procent verhoogd.

1991: Het studentenreisproduct wordt geboren

In 1991 besloot de overheid dat studenten gratis gebruik moesten kunnen maken van het openbaar vervoer. Om dit studentenreisproduct te kunnen betalen, moest wel de studiebeurs omlaag. Studenten mochten vervolgens 10 jaar gebruik maken van hun studentenreisproduct, zowel in het weekend als doordeweeks. Pas sinds 1994 moesten nieuwe studenten kiezen voor weekend- of week-ov.  

1996: De beurs wordt een prestatiebeurs

Om te voorkomen dat mensen hun studie niet zouden afmaken, kwam de overheid in 1996 met de prestatiebeurs. Het ontvangen geld werd hierdoor pas omgezet in een studiebeurs als de student op tijd afstudeerde. Dit was toen de duur van de opleiding plus twee jaar. Dat was overigens niet het enige wat strenger werd dat jaar; de duur van de studiebeurs werd ingekort van oneindig naar maximaal 4 jaar, tenzij je studie langer duurde.

2000: De WSF wordt opnieuw aangepast

Omdat veel langstudeerders in de knel kwamen, werd de prestatiebeurs versoepeld. Studenten kregen voortaan tien jaar om hun studie af te ronden voordat de beurs een lening werd. Het studentenreisproduct werd daarnaast beperkt tot de nominale studieduur plus één jaar. Dit laatste is nu nog steeds zo.

2012: Langstudeerboete komt en gaat

In 2012 werd, ondanks veel kritiek, een strenge langstudeerboete ingevoerd. Je kreeg voor je opleiding één uitloopjaar waar je gebruik van kon maken. Was je daarna nog niet klaar? Dan betaalde je per extra jaar dat je studeerde een boete van €3.063,-! Uiteraard werd hier gelijk tegen gedemonstreerd, waardoor de wet in datzelfde jaar nog (met terugwerkende kracht) werd afgeschaft.

2015: Invoering van het leenstelsel

Deze wijziging zullen de meesten van jullie wel kennen: in 2015 werd de basisbeurs officieel afgeschaft en het leenstelsel ingevoerd. Studenten kunnen hierdoor alleen nog maar gebruik maken van een studielening van maximaal €1.034,85 per maand. Daarnaast is de aflostermijn verlengd naar 35 jaar in plaats van 15 jaar.

2021: …?

Of er de komende jaren iets gaat veranderen aan het huidige leenstelsel, is volledig afhankelijk van het volgende kabinet. Verdiep je daarom goed in de verschillende partijplannen en ga op 17 maart naar de stembus!

Deel deze blog